ECLI:NL:GHARN:2003:AI0326
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.B.H. Röben
- M.C.M. de Kroon
- J.W. Zwemmer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waarde melkquotum in nalatenschap bij successierecht
Belanghebbenden, de echtgenote en kinderen van de overleden landbouwer, stelden bezwaar tegen de aanslag successierecht over de meerwaarde van het aandeel in het melkquotum van het landbouwbedrijf. Zij voerden aan dat het melkquotum op nihil of tegen een lagere waarde dan de door de Inspecteur gehanteerde marktwaarde moest worden gewaardeerd, mede op grond van bepalingen in het maatschapscontract en de rentabiliteit van de onderneming.
Het Hof stelde vast dat de waarde van het melkquotum objectief moet worden bepaald als de waarde die derden in het economische verkeer aan het melkquotum toekennen bij verkoop van de onderneming. Het maatschapscontract en de daarin opgenomen overnamebepalingen leiden niet tot een lagere waardering dan de marktwaarde. Bovendien is de eerder geldende resolutie die een nihil-waardering toestond ingetrokken.
Het Hof verwierp het betoog van belanghebbenden dat rekening gehouden moet worden met de rentabiliteit van de onderneming (badwill) bij waardering. Ook werden geen bijzondere omstandigheden vastgesteld die een lagere waarde rechtvaardigen. De aanslag successierecht werd bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbenden tegen de aanslag successierecht over de waarde van het melkquotum wordt ongegrond verklaard en de aanslag bevestigd.