ECLI:NL:HR:2005:AU3554
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt vermindering douanerechten na bezwaar en beroep
Belanghebbende werd bij aanslagbiljet uitgenodigd tot betaling van in totaal ƒ 735.313,90 (€ 333.670,90) aan douanerechten. Tegen deze aanslag maakte belanghebbende bezwaar, dat door de Inspecteur werd afgewezen. Belanghebbende ging vervolgens in beroep bij het Hof, dat het beroep gegrond verklaarde en de aanslag verminderde tot een bedrag van € 302.568.
De Staatssecretaris van Financiën stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat de Inspecteur niet mocht volstaan met een forfaitair bedrag voor opslag- en bewaar kosten, maar dat deze op basis van passende en specifieke criteria definitief op de douanewaarde in aftrek moesten worden gebracht.
Het cassatiemiddel dat dit oordeel betwistte, werd verworpen omdat het als feitelijk oordeel niet in cassatie kan worden bestreden. Een tweede middel werd eveneens verworpen zonder nadere motivering. De Hoge Raad wees proceskostenveroordeling af en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het oordeel van het hof bevestigd.