ECLI:NL:HR:2005:AU2808

Hoge Raad

Datum uitspraak
7 oktober 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C04/208HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering schadevergoeding wegens onrechtmatige daad bij koopovereenkomst onder bedreiging

Eiser heeft verweerder gedagvaard en gevorderd om betaling van een bedrag van €1.951,25 met rente, stellende dat deze schuld voortkomt uit een koopovereenkomst. De kantonrechter wees de vordering af. Eiser stelde hoger beroep in en wijzigde zijn eis tot schadevergoeding wegens onrechtmatige daad, subsidiair onverschuldigde betaling en ongerechtvaardigde verrijking. Het hof bekrachtigde het vonnis van de kantonrechter. Tegen dit eindarrest stelde eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van eiser niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het beroep werd gevolgd.

Het beroep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. Het arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, E.J. Numann en J.C. van Oven en op 7 oktober 2005 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en de vordering afgewezen.

Uitspraak

7 oktober 2005
Eerste Kamer
Nr. C04/208HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. R.A. van der Hansz,
t e g e n
[Verweerder], handelende onder de naam [A],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. G.C. Makkink.
1. Het geding in feitelijke instanties
Eiser tot cassatie - verder te noemen: [eiser] - heeft bij exploot van 5 maart 2002 verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - gedagvaard voor de rechtbank, sector kanton, te Arnhem, locatie Tiel, en gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [verweerder] te veroordelen om aan [eiser] tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen een bedrag van € 1.951,25, te verhogen met de wettelijke rente over het verschuldigde vanaf 29 januari 2002 tot aan de dag der algehele voldoening.
[Verweerder] heeft de vordering bestreden.
De kantonrechter heeft bij vonnis van 21 augustus 2002 de vordering afgewezen.
Tegen het vonnis van de kantonrechter heeft [eiser] hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Arnhem. Bij memorie van grieven heeft [eiser] zijn eis met dien verstande gewijzigd en aangevuld dat het gevorderde bedrag wordt opgeëist als zijnde een schadevergoeding uit hoofde van onrechtmatige daad subsidiair onverschuldigde betaling, meer subsidiair ongerechtvaardigde verrijking.
Bij tussenarrest van 1 juli 2003 heeft het hof [eiser] tot bewijslevering toegelaten en bij eindarrest van 27 april 2004 voormeld vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Beide arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 359,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren P.C. Kop, als voorzitter, E.J. Numann en J.C. van Oven, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 7 oktober 2005.