ECLI:NL:PHR:2005:AU2808
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid en bewijswaardering bij vernietiging koopovereenkomst wegens bedreiging
In deze zaak heeft eiser twee schadeauto's gekocht van verweerder en een nadere overeenkomst gesloten voor verdere betaling en levering. Eiser stelde dat deze nadere overeenkomst onder bedreiging was aangegaan en vorderde terugbetaling van de aanbetaling. De kantonrechter wees de vordering af zonder inhoudelijke beoordeling van bedreiging. Het hof stond eiser toe bewijs te leveren van bedreiging, maar oordeelde na getuigenverhoren en contra-enquête dat dit bewijs niet was geleverd en wees de vordering af.
Eiser kwam tegen dit arrest in cassatie. Hij betoogde onder meer dat het hof een onjuiste uitleg gaf aan het begrip bedreiging in art. 3:44 lid 2 BW Pro, dat het hof voorbijging aan zijn beroep op vernietiging via een buitengerechtelijke verklaring, en dat het hof ten onrechte de verklaring van een partijgetuige (de vader van verweerder) zwaar liet wegen.
De Hoge Raad verwierp deze middelen. Het hof had de wettelijke definitie van bedreiging correct toegepast en was niet toegekomen aan de beoordeling van onrechtmatigheid omdat het bewijs van bedreiging ontbrak. Het beroep op de buitengerechtelijke verklaring was onvoldoende gemotiveerd en het hof had het bewijs naar behoren gewaardeerd, waarbij de verklaring van de partijgetuige niet onjuist was meegewogen. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd waarin de vordering tot terugbetaling van de aanbetaling wegens onvoldoende bewijs van bedreiging is afgewezen.