ECLI:NL:HR:2005:AU2686
Hoge Raad
- Herziening
- C.J.G. Bleichrodt
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Herziening wegens persoonsverwisseling bij drugsovertredingen en APV-overtreding
De aanvrager vroeg herziening van meerdere in kracht van gewijsde gegane vonnissen, waaronder veroordelingen voor overtreding van de Opiumwet en de Algemene Plaatselijke Verordening Amsterdam, alsmede een verkeersboete. Hij stelde dat hij in 1998-1999 was beroofd van zijn identiteitsdocumenten en dat een derde zijn personalia gebruikte.
De Hoge Raad oordeelde dat de aanvraag voor herziening van de transactie niet ontvankelijk was en dat de aanvraag voor de verkeersboete kennelijk ongegrond was vanwege het gebruik van een geldig rijbewijs door de bestuurder. Echter, voor de zaken met nummers 13/721178-04 en 13/020485-03, beide drugsgerelateerde zaken, werd geconstateerd dat sprake was van persoonsverwisseling op basis van politiefoto’s die niet overeenkwamen met de aanvrager.
De Hoge Raad concludeerde dat er een ernstig vermoeden bestond dat de aanvrager onterecht was veroordeeld in deze zaken en verwees deze terug naar het gerechtshof Amsterdam voor hernieuwde behandeling en beslissing. De tenuitvoerlegging van de vonnissen werd geschorst waar nodig.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond voor twee zaken wegens persoonsverwisseling en verwijst deze terug naar het gerechtshof Amsterdam voor herbehandeling.