ECLI:NL:HR:2005:AU0871
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Vermindering boete wegens niet-tijdige aangifte vennootschapsbelasting 1998
Belanghebbende, een vennootschap, kreeg voor het jaar 1998 een boete van ƒ1250 opgelegd wegens niet-tijdige aangifte vennootschapsbelasting. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de boete, en het Hof verklaarde het beroep ongegrond. Belanghebbende stelde in cassatie dat eerdere verzuimen over 1994, 1995 en 1996 niet aan haar waren meegedeeld, wat het hof ten onrechte niet had behandeld.
De Hoge Raad oordeelde dat de Inspecteur deze stelling niet had weersproken en dat de eerdere verzuimen niet aan belanghebbende waren meegedeeld. Hierdoor moest het verzuim van 1998 als eerste verzuim worden aangemerkt volgens het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 1998. De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest en de uitspraak van de Inspecteur en verminderde de boete tot ƒ250.
Daarnaast werd bepaald dat de Staat aan belanghebbende het betaalde griffierecht voor de cassatieprocedure en het hof moest vergoeden. De overige klachten werden niet gegrond verklaard, en er werd geen veroordeling in proceskosten uitgesproken.
Dit arrest verduidelijkt de toepassing van het verzuimbegrip en de mededelingsplicht bij opeenvolgende verzuimen in het belastingrecht.
Uitkomst: De boete wegens niet-tijdige aangifte vennootschapsbelasting 1998 wordt verminderd van ƒ1250 naar ƒ250 en eerdere uitspraken worden vernietigd.