ECLI:NL:HR:2005:AT8790
Hoge Raad
- Cassatie
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatie tegen voorlopige machtiging gedwongen opname psychiatrisch ziekenhuis
Verzoekster werd op 3 mei 2005 gehoord door de rechtbank in Zutphen, waarna op 11 mei 2005 een voorlopige machtiging tot opname in een psychiatrisch ziekenhuis werd verleend voor de duur van zes maanden. Deze machtiging was gebaseerd op een geneeskundige verklaring van een onafhankelijke psychiater.
Verzoekster stelde beroep in cassatie tegen deze beschikking. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen cassatiegronden opleveren en dat geen nadere motivering noodzakelijk is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de voorlopige machtiging tot gedwongen opname als ultimum remedium, waarbij het gevaar niet door tussenkomst van personen of instellingen buiten het psychiatrisch ziekenhuis kan worden afgewend.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep tegen de voorlopige machtiging tot gedwongen opname.