ECLI:NL:HR:2005:AT8184
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak Hof inzake niet-ontvankelijkheid verzet tegen belastingaanslag en boete
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2001 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, inclusief een boete. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag en boete. Belanghebbende kwam in beroep bij het Hof, dat het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens overschrijding van de beroepstermijn. Hiertegen deed belanghebbende verzet, maar het Hof verklaarde dit verzet ongegrond zonder belanghebbende te horen.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof niet tot ongegrondverklaring van het verzet had mogen overgaan zonder belanghebbende eerst in de gelegenheid te stellen te worden gehoord, zoals vereist is bij bestuurlijke boetes. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling, waarbij belanghebbende het hoorrecht wordt gegarandeerd.
De Hoge Raad acht geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten en gelast dat de Staat het griffierecht aan belanghebbende vergoedt. De overige klachten van belanghebbende behoeven geen behandeling. Het arrest is gewezen op 24 juni 2005.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak van het Hof en verwijst de zaak terug voor herbehandeling waarbij belanghebbende wordt gehoord.