ECLI:NL:HR:2005:AT7635
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag vennootschapsbelasting op grond van nieuw feit
Belanghebbende, een vennootschap, was aanvankelijk voor het jaar 1994 aangeslagen op een belastbaar bedrag van ƒ 402.863. Later werd een navorderingsaanslag opgelegd naar een belastbaar bedrag van ƒ 720.651, met een verhoging van honderd procent, waarvan de Inspecteur vijftig procent kwijtschelding verleende. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag en verhoging. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde.
Tegen deze uitspraak stelde belanghebbende beroep in cassatie in. De Hoge Raad overwoog dat het Besluit van de Staatssecretaris van Financiën uit 1996 aanleiding gaf tot een landelijk onderzoek in de speelautomatensector, dat nieuw inzicht gaf in de administratieve gang van zaken. Dit werd door belanghebbende niet bestreden. Het Hof had daarom terecht geoordeeld dat sprake was van een navordering rechtvaardigend nieuw feit volgens artikel 16, lid 1, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
De overige middelen van belanghebbende konden niet tot cassatie leiden. De Hoge Raad zag geen aanleiding tot veroordeling in proceskosten en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de navorderingsaanslag blijft gehandhaafd.