ECLI:NL:GHAMS:2003:AH9831
Gerechtshof Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Onnes
- Boersma
- Goes
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen navorderingsaanslagen en naheffingsaanslagen speelautomatenhal wegens onjuiste omzetverantwoording
Belanghebbende, een vennootschap onder firma die een speelautomatenhal exploiteert, voerde beroep aan tegen navorderingsaanslagen vennootschapsbelasting en naheffingsaanslagen omzetbelasting over de jaren 1994 tot en met 1996. De inspecteur had na een boekenonderzoek geconcludeerd dat de opgegeven omzet significant lager was dan de werkelijke omzet, berekend op basis van tellerstanden van de speelautomaten.
Het hof oordeelt dat de inspecteur terecht uitging van de juistheid van de aangiften, ondanks eerdere kennis van mogelijke administratieve tekortkomingen. Het verschil in omzet was aanzienlijk (21-48%) en belanghebbende kon dit niet voldoende verklaren. De naheffingsaanslagen en navorderingsaanslagen zijn daarom terecht opgelegd. Tevens is bewezen dat het te weinig aangeven van omzet aan opzet te wijten is, waardoor een verhoging van 50% passend is.
Belanghebbende stelde dat de verhoging onterecht was wegens dubbele bestraffing en schending van redelijke termijn, maar het hof verwierp deze bezwaren. Ook het beroep op het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten faalde. Het hof verklaart het beroep ongegrond en wijst proceskostenveroordelingen af.
Uitkomst: Het hof verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de navorderingsaanslagen en naheffingsaanslagen met een verhoging van 50% wegens opzet.