ECLI:NL:HR:2005:AT3643
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafrechtelijke aansprakelijkheid voor ontdoen van gevaarlijke seleenhoudende afvalstoffen
De zaak betreft een strafrechtelijke veroordeling van een directeur van een B.V. die opdracht gaf tot het ontdoen van gevaarlijke afvalstoffen, te weten veegvuil met een overschrijding van de toegestane seleenconcentratie. De verdachte voerde in cassatie onder meer aan dat de Nederlandse implementatie van Europese richtlijnen onjuist was en dat het begrip afvalstof te vaag was.
De Hoge Raad oordeelt dat het Besluit aanwijzing gevaarlijke afvalstoffen (1997) correct is gebaseerd op artikel 1.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer en in overeenstemming is met de Europese richtlijnen 75/442/EEG en 91/689/EEG. De definitie van afvalstoffen in de Wet milieubeheer wordt richtlijnconform uitgelegd, waarbij het begrip zich ontdoen centraal staat.
Het hof heeft terecht geoordeeld dat het veegvuil een afvalstof is, mede omdat het geen beoogd product of zeker bijproduct was en dat verdachte wist of behoorde te weten dat het om gevaarlijke afvalstoffen ging. Het legaliteitsbeginsel is niet geschonden ondanks enige vaagheid in de norm. Het hof heeft ook terecht het bewijs beoordeeld en het verweer inzake bewijsuitsluiting afgewezen.
De Hoge Raad verbetert het arrest waar nodig en verwerpt het beroep in cassatie, waarmee de veroordeling tot een geldboete en voorwaardelijke hechtenis in stand blijft.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor het opzettelijk ontdoen van gevaarlijke afvalstoffen blijft in stand.