ECLI:NL:HR:2005:AT1088
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- E.J. Numann
- P. Neleman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over merkdepot en kwade trouw bij voorgebruik
In deze zaak stonden Unilever N.V. en Iglo-Mora Groep B.V. tegenover Artic N.V. en N.V. Frisa, waarbij het ging om de vraag of het depot van een merk te kwader trouw kon zijn wanneer de deposant wist van eerder gebruik door een derde, maar zelf eerder gebruik maakte van het merk. De Hoge Raad verwees in een tussenarrest de uitleg van deze vraag aan het Benelux-Gerechtshof.
Het Benelux-Gerechtshof oordeelde dat het verrichten van een merkdepot niet noodzakelijkerwijs als te kwader trouw moet worden aangemerkt indien de deposant zelf de eerste gebruiker van het merk is, ook al is er sprake van eerder gebruik door een derde. Op basis van dit oordeel vernietigde de Hoge Raad het arrest van het hof Den Haag en verwees de zaak naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling.
De Hoge Raad overwoog dat het hof Den Haag ten onrechte omstandigheden had meegewogen die volgens het Benelux-Gerechtshof niet relevant zijn voor de beoordeling van kwade trouw bij het merkdepot. Daarnaast verwierp de Hoge Raad klachten over de belangenafweging van het hof met betrekking tot een vordering tot terughalen en vernietigen van inbreukmakende producten, omdat deze afweging niet was gebaseerd op de onjuiste rechtsopvatting over het merkdepot.
De Hoge Raad veroordeelde Artic c.s. in de kosten van het cassatiegeding, inclusief de kosten van de procedure bij het Benelux-Gerechtshof. Het arrest werd op 8 juli 2005 in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest hof Den Haag en verwijst zaak naar hof Amsterdam voor verdere behandeling.