ECLI:NL:HR:2005:AS2714

Hoge Raad

Datum uitspraak
8 april 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C04/323HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt omgangsregeling en verwerpt cassatie tegen dwangsom voor niet-medewerking

De zaak betreft een geschil tussen de vrouw en de man over de omgang met hun kind. De man vorderde in kort geding dat de vrouw medewerking verleent aan een omgangsregeling die door het gerechtshof Amsterdam was vastgesteld, onder dreiging van een dwangsom. De voorzieningenrechter en het gerechtshof gaven de man grotendeels gelijk en legden de vrouw een dwangsom op bij niet-naleving.

De vrouw stelde hoger beroep in tegen deze beslissingen, maar het gerechtshof bevestigde de omgangsregeling en de dwangsom. Vervolgens stelde de vrouw beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad oordeelde dat de klachten van de vrouw niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af zonder nadere motivering.

De Hoge Raad bevestigde daarmee de rechtmatigheid van de omgangsregeling en de dwangsom en compenseerde de kosten van het cassatieproces. Het arrest werd gewezen door de vice-president en vier raadsheren en op 8 april 2005 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de omgangsregeling met dwangsom.

Uitspraak

8 april 2005
Eerste Kamer
Rolnr. C04/323HR
JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[De man],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerder in cassatie - verder te noemen: de man - heeft bij exploot van 18 februari 2004 eiseres tot cassatie - verder te noemen: de vrouw - in kort geding gedagvaard voor de voorzieningenrechter van de rechtbank te Alkmaar en gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en op de minuut:
a. de vrouw te gebieden haar medewerking te verlenen aan de door het gerechtshof van Amsterdam bij beschikking van 16 oktober 2003 opgelegde omgangsregeling met het kind van partijen op straffe van een dwangsom van € 1.500,-- voor iedere dag of gedeelte van een dag dat de vrouw in strijd met dit gebod handelt, dan wel enige andere voorziening te treffen als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren;
b. primair te bepalen dat de alimentatieverplichting van de man jegens de vrouw wordt stopgezet tot de vrouw haar medewerking verleent aan de desbetreffende omgangsregeling, subsidiair dat de betreffende verplichting wordt opgeschort, meer subsidiair de hier verbeurde dwangsommen kunnen worden verrekend met de partneralimentatie, althans zodanige voorzieningen te treffen als de voorzieningenrechter in goede justitie vermeent te behoren;
c. een bijzondere curator te benoemen voor het kind van partijen, en
d. de vrouw te veroordelen in de kosten van dit geding.
De vrouw heeft de vorderingen bestreden.
De voorzieningenrechter heeft bij vonnis van 18 maart 2004:
- de vrouw geboden haar medewerking te verlenen aan de door het gerechtshof te Amsterdam bij beschikking van 16 oktober 2003 opgelegde omgangsregeling tussen de man en het der partijen kind, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 500,-- voor iedere dag of een gedeelte van een dag dat zij in strijd met dit gebod handelt, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 25.000,--;
- dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard;
- de proceskosten van het geding aldus gecompenseerd dat iedere partij de eigen kosten draagt, en
- de meer of anders gevorderde voorziening geweigerd.
Tegen dit vonnis heeft de vrouw hoger beroep ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam.
Bij arrest van 2 september 2004 heeft het hof:
- het vonnis waarvan beroep, voor zover aan zijn oordeel onderworpen, vernietigd en, opnieuw rechtdoende:
- de vrouw geboden om na afloop van en aansluitend aan de door de rechtbank te Alkmaar bij beschikking van 5 april 2004 vastgestelde (begeleide) omgangsregeling haar medewerking te verlenen aan de door het gerechtshof te Amsterdam bij beschikking van 16 oktober 2003 vastgestelde omgangsregeling tussen de man en het kind van partijen;
- bepaald dat de vrouw een dwangsom verbeurt van € 500,-- voor iedere dag of een gedeelte van de dag dat zij in strijd met dit gebod handelt, met een maximum aan te verbeuren dwangsommen van € 25.000,--;
- de proceskosten van het hoger beroep tussen partijen gecompenseerd;
- dit arrest tot zover uitvoerbaar bij voorraad verklaard, en
- het meer of anders gevorderde afgewezen.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft de vrouw beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De man heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt ertoe dat de Hoge Raad:
- ten aanzien van het principale beroep: dit beroep zal verwerpen, en
- ten aanzien van alle verzoeken of vorderingen: de kosten zal compenseren.
De advocaat van de vrouw heeft bij brief van 21 januari 2005 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren D.H. Beukenhorst, A.M.J. van Buchem-Spapens, P.C. Kop en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 8 april 2005.