ECLI:NL:HR:2004:AR7759
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over niet-ondertekende aangifte omzetbelasting
Belanghebbende verzocht om teruggaaf van omzetbelasting over het derde kwartaal van 1997, maar het verzoek werd door de Inspecteur afgewezen. Het hof vernietigde deze afwijzing omdat het aangiftebiljet niet was ondertekend, waardoor volgens het hof geen geldige aangifte was gedaan. De Hoge Raad oordeelt echter dat het ontbreken van een handtekening niet automatisch betekent dat geen aangifte is gedaan, omdat de Inspecteur door het geven van een beschikking en het indienen van een bezwaarschrift heeft bevestigd dat de gegevens van belanghebbende afkomstig zijn.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor verdere behandeling en inhoudelijke beoordeling van het geschil. Tevens wordt het griffierecht aan belanghebbende vergoed en worden de kosten van het cassatieproces voorlopig vastgesteld. De Hoge Raad benadrukt dat het ondertekeningsvoorschrift dient voor zekerheid over de herkomst van de aangifte, maar dat de rechter niet zonder meer mag concluderen dat de aangifte niet is gedaan bij het ontbreken van een handtekening.
De zaak betreft een belangrijke uitleg van de vereisten voor het doen van aangifte omzetbelasting en de gevolgen van het ontbreken van een handtekening op het aangiftebiljet. De Hoge Raad stelt daarmee duidelijkheid over de rechtspositie van belastingplichtigen en de inspecteur in het kader van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor inhoudelijke beoordeling van het materiële geschil.