ECLI:NL:HR:2004:AR3500
Hoge Raad
- Cassatie
- A.G. Pos
- J.C. van Oven
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over objectafbakening kantoorgebouw voor onroerendezaakbelasting
Belanghebbende gebruikte vijf kamers op de eerste verdieping van een kantoorgebouw bestaande uit vier verdiepingen. De gemeente Utrecht legde aanslagen onroerendezaakbelasting op voor de jaren 1998 en 1999, gebaseerd op een heffingsgrondslag van ƒ 450.000. Na bezwaar en beroep bij het hof werden de aanslagen gehandhaafd. Het hof oordeelde dat de afzonderlijk afsluitbare kamers elk als een zelfstandig geheel moesten worden beschouwd, waardoor zij als afzonderlijke gedeelten in de zin van artikel 16, letter c, van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) konden gelden.
De Hoge Raad oordeelde dat het enkel afsluitbaar zijn van kamers niet automatisch betekent dat deze bestemd zijn als afzonderlijke gehelen. Het hof had deze wettelijke bepaling miskend of onvoldoende gemotiveerd. Hierdoor kon het oordeel dat de kamers afzonderlijk als gedeelten gelden niet standhouden, en daarmee verviel ook het oordeel dat de kamers een samenstel vormen volgens artikel 16, letter d, van de Wet.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het hof en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest. Tevens werd de gemeente Utrecht veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van belanghebbende.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van het arrest.