ECLI:NL:HR:2004:AR3102
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Toepassing autokostenfictie bij afboeking vervangingsreserve op aanschafprijs personenauto
Belanghebbende voerde bezwaar aan tegen een aanslag inkomstenbelasting over 1998, waarbij de inspecteur de kosten verbonden aan het privégebruik van een personenauto forfaitair vaststelde op 20% van de catalogusprijs. Belanghebbende had echter een vervangingsreserve afgeboekt op de aanschafprijs van de auto, waardoor de boekwaarde aanzienlijk was verminderd.
Het Hof oordeelde dat de afboeking van de vervangingsreserve, ontstaan door de vervreemding van een ander bedrijfsmiddel, niet betekent dat de werkelijke kosten van het privégebruik dienovereenkomstig lager zijn. Dit volgt uit een eerdere uitspraak van de Hoge Raad uit 1993, waarin werd bepaald dat incidentele baten zoals boekwinsten niet in mindering worden gebracht op de forfaitaire kosten.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en verklaart het beroep in cassatie ongegrond. De Hoge Raad overweegt dat de forfaitaire kosten niet lager kunnen worden gesteld dan de werkelijk gemaakte kosten in enig jaar, maar dat het afboeken van een vervangingsreserve op de aanschafprijs geen aanwijzing is dat de werkelijke kosten van het privégebruik zijn verminderd.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding tot een veroordeling in proceskosten en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het hofarrest bevestigd.