ECLI:NL:HR:2004:AR1260

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 oktober 2004
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R04/097HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • H.A.M. Aaftink
  • D.H. Beukenhorst
  • O. de Savornin Lohman
  • P. Neleman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging voorlopige machtiging opname psychiatrisch ziekenhuis wegens onjuiste medische verklaring

De Officier van Justitie diende op 3 mei 2004 een verzoek in bij de rechtbank te 's-Hertogenbosch voor een voorlopige machtiging tot opname en verblijf van verzoeker in een psychiatrisch ziekenhuis. De rechtbank verleende deze machtiging op 14 mei 2004 voor zes maanden, gebaseerd op een geneeskundige verklaring van een psychiater die volgens de rechtbank verzoeker kort tevoren had onderzocht.

Uit het begeleidend schrijven van de psychiater bleek echter dat verzoeker niet persoonlijk was onderzocht, hetgeen de rechtbank zonder nadere motivering anders had vastgesteld. Dit leidde tot vernietiging van de beschikking door de Hoge Raad, omdat de medische grondslag voor de machtiging onjuist was vastgesteld.

De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank te 's-Hertogenbosch voor hernieuwde beoordeling of aan de wettelijke vereisten voor voorlopige machtiging wordt voldaan. Overige klachten werden niet behandeld omdat de vernietiging op deze grondslag voldoende was.

De Hoge Raad wees op het belang van een juiste medische beoordeling bij het verlenen van gedwongen opname in een psychiatrisch ziekenhuis, conform de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen (Wet Bopz).

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking tot voorlopige machtiging opname en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor hernieuwde beoordeling.

Uitspraak

22 oktober 2004
Eerste Kamer
Rek.nr. R04/097HR
RM/AT
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. G.E.M. Later.
1. Het geding in feitelijke instantie
De Officier van Justitie in het arrondissement 's-Hertogenbosch heeft op 3 mei 2004 een verzoek ingediend bij de rechtbank aldaar tot het verlenen van een voorlopige machtiging tot het doen opnemen en doen verblijven van verzoeker tot cassatie - verder te noemen: verzoeker - in een psychiatrisch ziekenhuis. Bij het verzoek was gevoegd een geneeskundige verklaring als bedoeld in de Wet Bopz, opgemaakt door de psychiater [de psychiater 1] op 29 april 2004, met een begeleidend schrijven.
Nadat de rechtbank de raadsman van verzoeker, de behandelend psychiater [de psychiater 2] en de sociaal psychiatrisch verpleegkundige [de verpleegkundige] op 14 mei 2004 had gehoord, heeft zij bij beschikking van diezelfde datum de voorlopige machtiging verleend voor de duur van zes maanden. Bij beschikking van de rechtbank van 28 mei 2004 heeft de rechtbank haar beschikking van 14 mei 2004 in die zin gewijzigd dat als geboortedatum van verzoeker moet worden gelezen: 15 juli 1983.
Beide beschikkingen van de rechtbank zijn aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van de rechtbank van 14 mei 2004 heeft verzoeker beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar de rechtbank te 's-Hertogenbosch.
3. Beoordeling van het middel
3.1 Bij beschikking van 14 mei 2004 heeft de rechtbank een voorlopige machtiging verleend tot het doen opnemen en doen verblijven van verzoeker in een psychiatrisch ziekenhuis voor de duur van zes maanden. De rechtbank heeft zich bij het verlenen van de machtiging gebaseerd op de bij het verzoek van de officier van justitie gevoegde geneeskundige verklaring van psychiater [de psychiater 1], die - zo vermeldt de beschikking van de rechtbank - "verzoeker kort tevoren heeft onderzocht maar niet bij de behandeling was betrokken." Uit het begeleidend schrijven van psychiater [de psychiater 1] blijkt evenwel dat hij verzoeker niet persoonlijk heeft onderzocht. De hierop gebaseerde klacht van onderdeel I slaagt. Nu uit het begeleidend schrijven van psychiater [de psychiater 1] met zoveel woorden blijkt dat hij verzoeker niet persoonlijk heeft onderzocht, is de andersluidende vaststelling van de rechtbank in het licht van de gedingstukken zonder nadere motivering, die ontbreekt, onbegrijpelijk en kan de beschikking van de rechtbank geen stand houden.
3.2 Nu de hierop gebaseerde klacht van onderdeel I tot vernietiging van de bestreden beschikking leidt en na verwijzing opnieuw zal moeten worden onderzocht of (nog steeds) voldaan is aan de vereisten voor het verlenen van de gevraagde voorlopige machtiging, behoeven de overige klachten van het middel geen behandeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de beschikking van de rechtbank te 's-Hertogenbosch van 14 mei 2004;
verwijst het geding naar die rechtbank ter verdere behandeling en beslissing.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, D.H. Beukenhorst en O. de Savornin Lohman, en in het openbaar uitgesproken door de vice-president P. Neleman op 22 oktober 2004.