ECLI:NL:HR:2004:AP9664
Hoge Raad
- Cassatie
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over baatbelasting herinrichting binnenstad Leeuwarden
In deze zaak gaat het om aanslagen in de baatbelasting voor de herinrichting van de binnenstad van Leeuwarden, fase 1A. Belanghebbenden kregen aanslagen opgelegd voor sierbestrating en straatmeubilair, welke na bezwaar door het college van B en W werden gehandhaafd. Het hof verklaarde het beroep van de eerste belanghebbende ongegrond en dat van de tweede gegrond, waarbij de aanslag voor de tweede werd verminderd.
De Hoge Raad stelt vast dat bij het tot stand brengen van voorzieningen in de zin van artikel 222 van Pro de Gemeentewet ook vervanging van bestaande voorzieningen kan worden begrepen, mits dit leidt tot een wezenlijke verbetering. Het hof heeft onvoldoende gemotiveerd of de vervanging in dit geval een verbetering betrof en heeft daardoor zijn oordeel onvoldoende toegelicht.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht heeft geoordeeld dat indirecte kosten van het gemeentelijk apparaat als een percentage op de directe kosten mogen worden omgeslagen, ook als die kosten hoger zijn dan gebruikelijk. Ook mogen de kosten van gederfde rente door aanwending van eigen vermogen worden meegenomen, maar het hof heeft onduidelijkheid gelaten over het juiste rentepercentage dat moet worden gehanteerd.
De Hoge Raad verklaart de beroepen gegrond, vernietigt het arrest van het hof behalve voor het griffierecht en de proceskostenbeslissing in één zaak, en verwijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van dit arrest. Tevens worden de proceskosten in cassatie aan de zijde van belanghebbenden aan de gemeente opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling met inachtneming van haar arrest.