ECLI:NL:HR:2004:AO9919
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Uitlevering aan België: verzetmogelijkheid en vertrouwensbeginsel bij verstekvonnis
De zaak betreft een uitleveringsverzoek van België aan Nederland voor een persoon die bij verstek in België tot tien jaar gevangenisstraf is veroordeeld. De rechtbank Maastricht verklaarde de uitlevering ontoelaatbaar omdat zij oordeelde dat het verzoek betrekking had op een executieuitlevering van een onherroepelijk vonnis, wat volgens Nederlands recht niet mogelijk is voor een Nederlandse ingezetene.
De Hoge Raad stelt vast dat op grond van het vertrouwensbeginsel moet worden uitgegaan van de juistheid van de mededelingen van de verzoekende staat. Uit de informatie van de Belgische autoriteiten blijkt dat de opgeëiste persoon nog verzet kan instellen tegen het verstekvonnis, ondanks dat hij in Nederland heeft verklaard daarvan geen gebruik te willen maken.
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van de rechtbank dat geen verzet meer mogelijk is en dat sprake is van een executieuitlevering onbegrijpelijk is. Daarom vernietigt de Hoge Raad de bestreden uitspraak en beveelt dat de opgeëiste persoon zal worden opgeroepen om te worden gehoord over het uitleveringsverzoek. Hiermee wordt de uitleveringsprocedure voortgezet onder inachtneming van het recht op verzet in België.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de uitspraak en beveelt dat de opgeëiste persoon zal worden opgeroepen om te worden gehoord over het uitleveringsverzoek.