ECLI:NL:HR:2003:AO0655
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel over afboeking vervangingsreserve melkquota bij uitbreiding
Belanghebbende exploiteert samen met haar echtgenoot een veeteeltbedrijf en heeft in 1992/1993 een melkquotum verkocht waarvoor een vervangingsreserve werd gevormd. In de daaropvolgende jaren kochten zij melkquota aan die het verkochte volume overschreden, waardoor zij hun melkquotum uitbreidden.
De Inspecteur stelde dat de afboeking van de vervangingsreserve slechts is toegestaan voor de hoeveelheid aangekochte melkquota die gelijk is aan het verkochte quotum, en dat het restant van de reserve moest worden opgenomen in de winst. Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde dat rekening houdend met het vetgehalte het rendement per kilo melkquotum gelijk kan worden gesteld, en dat belanghebbende meer quota had gekocht dan verkocht, waardoor uitbreiding plaatsvond.
Belanghebbende stelde in cassatie dat het totale rendement van het verkochte melkquotum gelijk was aan dat van het gekochte quotum, maar de Hoge Raad verwierp dit verweer. Het hof had geen onjuiste rechtsopvatting gegeven en de waardering van feiten is niet in cassatie te toetsen. De Hoge Raad verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt het oordeel van het Hof over de afboeking van de vervangingsreserve bij uitbreiding van melkquota.