ECLI:NL:HR:2003:AL6190
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- J.P. Balkema
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt vervangende hechtenis bij ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze zaak stond een beroep in cassatie centraal tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem, waarin betrokkene werd veroordeeld tot betaling van een bedrag aan de Staat wegens ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel, met subsidiair een vervangende hechtenis van 240 dagen.
De Hoge Raad oordeelde dat de bijna elf maanden durende vertraging tussen de behandeling in hoger beroep en de uitspraak niet leidde tot een overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Ook in de cassatiefase was geen sprake van een onredelijke termijnoverschrijding.
Ambtshalve vernietigde de Hoge Raad het deel van het arrest waarin vervangende hechtenis werd opgelegd, op grond van de toepasselijkheid van artikel 577c Sv. Het cassatieberoep werd voor het overige verworpen. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 11 november 2003.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de vervangende hechtenis en verwerpt het cassatieberoep voor het overige.