ECLI:NL:HR:2003:AI0850
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Toelating pleidooi in hoger beroep bij geschil over functietoewijzing opvangmedewerker
Eiseres vorderde dat zij ten onrechte niet was ingedeeld in de door haar gewenste functie van Opvangmedewerker B bij het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA). De kantonrechter wees de vordering toe, maar de rechtbank vernietigde dit vonnis en wees de vordering af. Eiseres stelde beroep in cassatie tegen het tussenvonnis en het eindvonnis van de rechtbank.
In cassatie stond centraal de vraag of de rechtbank terecht het verzoek van eiseres om pleidooi in hoger beroep had afgewezen. De Hoge Raad overwoog dat partijen op grond van art. 144 Rv Pro in beginsel het recht hebben hun standpunten bij pleidooi toe te lichten en dat een verzoek om pleidooi slechts in zeer uitzonderlijke gevallen mag worden geweigerd. Omdat COA geen bezwaar had gemaakt tegen het verzoek en de rolrechter geen redenen had gegeven die toewijzing van het verzoek zouden verhinderen, was het middel gegrond.
De Hoge Raad vernietigde daarom de vonnissen van de rechtbank en verwees de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling waarbij partijen tot pleidooi moeten worden toegelaten. De beslissing omtrent de kosten van het cassatiegeding werd gereserveerd.
Uitkomst: Het verzoek om pleidooi in hoger beroep moet worden toegestaan en de zaak wordt verwezen naar het gerechtshof voor verdere behandeling.