ECLI:NL:HR:2003:AI0011
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- J.W. Ilsink
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vermindert gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in zaak medeplegen verkrachting
De zaak betreft een cassatieberoep van de verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te Arnhem waarin hij veroordeeld werd tot vijf jaar gevangenisstraf voor medeplegen van verkrachting en andere seksuele delicten met minderjarigen.
Het hof had in hoger beroep het vonnis van de rechtbank Almelo vernietigd, enkele tenlasteleggingen nietig verklaard en de verdachte veroordeeld. Tevens werden vorderingen van enkele benadeelden toegewezen.
De Hoge Raad oordeelt dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro is overschreden omdat meer dan zestien maanden zijn verstreken tussen het instellen van het cassatieberoep en de behandeling. Dit leidt tot strafvermindering.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof uitsluitend voor wat betreft de duur van de gevangenisstraf en vermindert deze tot vier jaar en negen maanden. Voor het overige wordt het beroep verworpen.
De uitspraak werd gedaan door de vice-president Davids en raadsheren Corstens en Ilsink op 30 september 2003.
Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd tot vier jaar en negen maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn.