ECLI:NL:HR:2003:AH8803
Hoge Raad
- Cassatie
- P.J. van Amersfoort
- J.C. van Oven
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing aftrek computerbril als kosten voor redactionele werkzaamheden
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1997 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd over een belastbaar inkomen van ƒ 154.020. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen de uitspraak van het Hof.
In cassatie stond centraal of de kosten van een computerbril, die uitsluitend werd aangeschaft en gebruikt voor redactionele werkzaamheden, als aftrekbare kosten konden worden beschouwd. De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het Hof dat deze kosten vanwege hun persoonlijke aard niet aftrekbaar zijn op grond van artikel 35 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964.
Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat belanghebbende geen recht had op een extra aftrekbedrag genoemd in artikel 37, lid 1, letter b, van de Wet. De overige klachten werden niet inhoudelijk behandeld omdat zij geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.
De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt bevestigd zonder aftrek van de computerbril.