ECLI:NL:HR:2003:AF8485
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt loonbelasting naheffingsaanslag wegens dienstbetrekking
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd voor het jaar 1996 betreffende loonbelasting en premie volksverzekeringen, inclusief een verhoging waarvan een deel werd kwijtgescholden. Na bezwaar en beroep bij het Hof werd de aanslag gehandhaafd. Belanghebbende stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
Het geschil betrof met name de vraag of D in dienstbetrekking stond tot belanghebbende en of de vergoedingen die D ontving als loon moesten worden aangemerkt. Het Hof oordeelde dat de Inspecteur voldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een dienstbetrekking en dat het loonbegrip van toepassing was.
Belanghebbende was niet verschenen bij de zitting van het Hof op 23 november 2001, ondanks uitnodiging en de mogelijkheid om getuigen op te roepen. Het Hof ging ervan uit dat belanghebbende had afgezien van het oproepen van getuigen. De Hoge Raad oordeelde dat dit oordeel niet onjuist was en dat de klachten van belanghebbende tegen dit oordeel en het oordeel over de dienstbetrekking falen.
De Hoge Raad zag geen gronden om het beroep toe te wijzen en verklaarde het cassatieberoep ongegrond. Er werden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag wordt bevestigd.