ECLI:NL:HR:2003:AF7007

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 juni 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R03/025HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROFaillissementswet 288Wet op de rechterlijke organisatie 81
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling natuurlijke personen

Verzoekster diende op 24 september 2002 bij de Rechtbank te Zwolle een verzoek in tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling voor natuurlijke personen. De Rechtbank wees dit verzoek bij vonnis van 6 januari 2003 af. Verzoekster ging in hoger beroep bij het Gerechtshof te Arnhem, dat bij arrest van 10 februari 2003 het vonnis van de Rechtbank bekrachtigde.

Tegen dit arrest stelde verzoekster beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het beroep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee de eerdere afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Dit arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 13 juni 2003.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Uitspraak

13 juni 2003
Eerste Kamer
Rek.nr. R03/025HR
AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Met een op 24 september 2002 ter griffie van de Rechtbank te Zwolle ingediend verzoekschrift heeft verzoekster tot cassatie - verder te noemen: verzoekster - zich gewend tot die Rechtbank en verzocht ten aanzien van haar toepassing van de schuldsaneringsregeling uit te spreken.
De Rechtbank heeft bij vonnis van 6 januari 2003 het verzoek afgewezen.
Tegen dit vonnis heeft verzoekster hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof te Arnhem.
Na mondelinge behandeling op 3 februari 2003 heeft het Hof, rechtdoende in hoger beroep, bij arrest van 10 februari 2003 het vonnis van de Rechtbank bekrachtigd.
Het arrest van het Hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het Hof heeft verzoekster beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest en het aanvullend cassatierekest zijn aan deze beschikking gehecht en maken daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president P. Neleman als voorzitter en de raadsheren A. Hammerstein en P.C. Kop, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 13 juni 2003.