ECLI:NL:PHR:2003:AF7007
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsanering natuurlijke personen wegens gebrek aan goede trouw
Deze zaak betreft het verzoek van verzoekster tot toepassing van de wettelijke regeling inzake schuldsanering voor natuurlijke personen (WSNP). Haar verzoek werd in eerste aanleg en in hoger beroep afgewezen omdat zij ten aanzien van een deel van de opgegeven schulden niet als te goeder trouw werd beschouwd, zoals bedoeld in art. 288 lid 2 sub b van Pro de Faillissementswet.
Verzoekster stelde in cassatie dat het hof ten onrechte had geoordeeld over haar goede trouw en dat er onvoldoende rekening was gehouden met haar omstandigheden. De Hoge Raad bevestigde echter dat het ontbreken van goede trouw niet gelijkstaat aan kwaad opzet, en dat de verwijtbaarheid van het gedrag van verzoekster voldoende was vastgesteld door het hof.
De Hoge Raad benadrukte dat de maatstaf voor goede trouw in deze context een gedragsnorm is die mede dient om misbruik van de schuldsaneringsregeling tegen te gaan. Daarbij is het aan de rechter om alle omstandigheden van het geval mee te wegen, maar zonder de wetgever te passeren.
De klachten van verzoekster werden verworpen, mede omdat zij geen nieuwe feiten of omstandigheden aanvoerde die het oordeel van het hof konden ondermijnen. De Hoge Raad concludeerde dat het cassatiemiddel ongegrond is en verwierp het beroep.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van goede trouw van verzoekster.