ECLI:NL:HR:2003:AF5885

Hoge Raad

Datum uitspraak
23 mei 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C01/324HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R. Herrmann
  • J.B. Fleers
  • O. de Savornin Lohman
  • P.C. Kop
  • F.B. Bakels
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 407 lid 2 RvArt. 92 RvArt. 120 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand · 13 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens ontbreken middelen in dagvaarding

Highway heeft beroep in cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage. De dagvaarding in cassatie voldeed echter niet aan de vereisten van artikel 407 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, omdat zij geen omschrijving bevatte van de middelen waarop het beroep steunde.

Highway stelde dat dit gebrek was hersteld door een herstelexploit waarin de middelen wel werden aangevoerd. De Hoge Raad oordeelde dat het ontbreken van de middelen in de dagvaarding een gebrek is dat niet vatbaar is voor herstel buiten de cassatietermijn, ook niet via artikel 92/120 Rv, tenzij er bijzondere omstandigheden zijn die hier niet aanwezig waren.

Daarom werd Highway niet-ontvankelijk verklaard in haar cassatieberoep en veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en vier raadsheren van de Hoge Raad op 23 mei 2003.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Highway is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een omschrijving van de middelen in de dagvaarding.

Uitspraak

23 mei 2003
Eerste Kamer
Nr. C01/324HR
SB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
BEHEERSMAATSCHAPPIJ HIGHWAY B.V.,
gevestigd te Wassenaar,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. E. Meijer,
t e g e n
ECCERE HOLDCO B.V.,
gevestigd te Vlaardingen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. P.A.M. Perquin.
1. Het geding
Bij dagvaarding van 28 september 2001 heeft eiseres tot cassatie - verder te noemen: Highway - aan verweerster in cassatie - verder te noemen: Eccere - aangezegd dat zij beroep in cassatie instelt tegen het op 28 juni 2001 tussen partijen gewezen arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage, en Eccere gedagvaard om te verschijnen ter terechtzitting van de Hoge Raad van 2 november 2001 teneinde "tegen voormeld vonnis te horen aanvoeren nadere bij herstelexploit aan te zeggen middelen van cassatie".
Highway heeft de zaak niet op de rol van 2 november 2001 doen inschrijven.
Bij herstelexploit van 31 oktober 2001 heeft Highway Eccere opgeroepen te verschijnen tegen de zitting van 16 november 2001. Highway heeft de zaak ter rolle doen inschrijven.
Eccere heeft primair geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring en subsidiair tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor Highway toegelicht door haar advocaat en voor Eccere namens haar advocaat door mr. E. van Staden ten Brink, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot niet-ontvankelijkverklaring van Highway in haar cassatieberoep.
2. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het cassatieberoep
2.1 De dagvaarding in cassatie voldoet niet aan de eisen van art. 407 lid 2 Rv Pro., daar zij niet een omschrijving bevat van de middelen waarop het beroep steunt. Highway heeft aangevoerd dat zij dit gebrek op de voet van art. 92 (oud; thans 120) Rv. heeft hersteld door het onder 1 aangehaalde herstelexploit, waarin mede drie middelen van cassatie zijn aangevoerd. Dit verweer faalt omdat het ontbreken in de cassatiedagvaarding van de middelen waarop het beroep steunt, behoudens bijzondere omstandigheden, die in het onderhavige geval zijn gesteld noch gebleken, een gebrek is dat niet vatbaar is voor herstel buiten de cassatietermijn, ook niet langs de weg van art. 92/120 Rv.
2.2 Het vorenoverwogene brengt mee dat Highway niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar beroep.
3. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart Highway niet-ontvankelijk in haar beroep;
veroordeelt Highway in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Eccere begroot op € 301,86 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren J.B. Fleers, O. de Savornin Lohman, P.C. Kop en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 23 mei 2003.