ECLI:NL:PHR:2005:AT8801
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens ontbreken gronden in faillissementsprocedure
Union Banka heeft op 9 juli 2004 een verzoek tot faillietverklaring van Invesmart B.V. ingediend bij de rechtbank Amsterdam. De rechtbank wees dit verzoek op 14 september 2004 af. Union Banka ging hiertegen in hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam, dat haar beroep op 18 februari 2005 niet-ontvankelijk verklaarde omdat het beroepschrift geen gronden bevatte waarop het hoger beroep was gebaseerd.
De Hoge Raad bevestigt in dit arrest dat het vereiste dat het beroepschrift de gronden van het hoger beroep moet bevatten ook geldt in faillissementsprocedures. De stelling van Union Banka dat deze regel niet in volle hardheid van toepassing zou zijn op faillissementsprocedures wordt verworpen.
De Hoge Raad overweegt dat geen wettelijke bepaling de toepasselijkheid van art. 359 jo Pro. art. 278 lid 1 Rv Pro uitsluit bij hoger beroep tegen een afwijzing van een faillissementsverzoek. Ook het argument dat de raadsman van Union Banka op basis van een mededeling van de griffier mocht vertrouwen op het indienen van gronden in een aanvullend beroepschrift wordt afgewezen.
Ten slotte wijst de Hoge Raad het beroep af dat het oordeel van het hof in strijd zou zijn met art. 6 EVRM Pro, omdat het recht op een eerlijk proces niet inhoudt dat hoger beroep een absoluut recht is. Union Banka had de mogelijkheid om tijdig haar gronden aan te voeren maar heeft daarvan geen gebruik gemaakt.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en Union Banka wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wegens ontbreken van gronden in het beroepschrift.