ECLI:NL:HR:2003:AF2828
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verklaart Gemeente niet-ontvankelijk in incidenteel hoger beroep wegens niet-tijdige verklaring
De zaak betreft een geschil tussen de Gemeente Leidschendam c.s. en [eiser] over ontruiming van een perceel en betaling van boetes en schadevergoeding. De Gemeente had bij de Rechtbank gevorderd dat [eiser] het perceel zou ontruimen en schadevergoeding zou betalen. De Rechtbank wees deze vorderingen grotendeels toe en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Tegen dit vonnis stelde [eiser] hoger beroep in bij het Hof te 's-Gravenhage. Nadat [eiser] niet was verschenen, verleende het Hof verstek aan de Gemeente en sprak ontslag van instantie uit. De Gemeente maakte bezwaar tegen deze beslissing en het ontslag werd door de rolraadsheer herroepen, waarna de zaak werd voortgezet. De Gemeente stelde incidenteel hoger beroep in tegen het vonnis van de Rechtbank.
De Hoge Raad oordeelt dat het ontslag van instantie door het Hof op 19 augustus 1999 een eindarrest was waartegen cassatie kon worden ingesteld. Omdat de Gemeente geen cassatieberoep had ingesteld tegen dit eindarrest, was het onherroepelijk geworden. De herroeping van het ontslag door de rolraadsheer was niet rechtsgeldig omdat deze niet op de juiste wijze was aangevochten en niet aan de wederpartij was medegedeeld.
Verder oordeelt de Hoge Raad dat de Gemeente niet tijdig heeft verklaard incidenteel hoger beroep te willen instellen, waardoor zij niet-ontvankelijk is in dit incidenteel hoger beroep. De arresten van het Hof worden vernietigd en de Gemeente wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de Gemeente niet-ontvankelijk in het incidenteel hoger beroep en vernietigt de arresten van het Hof.