ECLI:NL:HR:2003:AF1885

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 februari 2003
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
C01/136HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • R. Herrmann
  • H.A.M. Aaftink
  • A.G. Pos
  • O. de Savornin Lohman
  • A. Hammerstein
  • F.B. Bakels
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering onverschuldigde betaling tegen Topmen Oilfield Personnel

Verweerder heeft Topmen gedagvaard wegens onverschuldigde betaling van een bedrag van ƒ 12.421,23, vermeerderd met wettelijke rente en een wettelijke verhoging. De Kantonrechter wees de vorderingen van verweerder af, maar de Rechtbank vernietigde dit oordeel en veroordeelde Topmen tot betaling van het hoofdbedrag met rente vanaf de dag van dagvaarding.

Topmen stelde beroep in cassatie in tegen dit vonnis. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, mede omdat er geen rechtsvragen zijn die de rechtseenheid of rechtsontwikkeling dienen. De conclusie van de Advocaat-Generaal tot verwerping van het cassatieberoep wordt gevolgd.

De Hoge Raad bevestigt daarmee het oordeel van de Rechtbank en veroordeelt Topmen tot betaling van het onverschuldigde bedrag met rente, alsmede de proceskosten in cassatie.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling van Topmen tot betaling van het onverschuldigde bedrag met rente.

Uitspraak

14 februari 2003
Eerste Kamer
Nr. C01/136HR
RM
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
TOPMEN OILFIELD PERSONNEL B.V., gevestigd te Den Helder,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga,
t e g e n
[Verweerder], wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. E. Grabandt.
1. Het geding in feitelijke instanties
Verweerder in cassatie - verder te noemen: [verweerder] - heeft bij exploit van 12 juni 1998 eiseres tot cassatie - verder te noemen: Topmen - gedagvaard voor de Kantonrechter te Den Helder en gevorderd Topmen te veroordelen tot betaling aan [verweerder] van het onverschuldigd betaalde bedrag ad ƒ 12.421,23 netto en de wettelijke rente vanaf 1 januari 1995, berekend tot 1 juli 1998 ad ƒ 2.955,43.
Topmen heeft de vordering bestreden.
Na een tussenvonnis van 28 januari 1999 heeft de Kantonrechter bij eindvonnis van 8 juli 1999 aan [verweerder] zijn vorderingen ontzegd.
Tegen beide vonnissen heeft [verweerder] hoger beroep ingesteld bij de Rechtbank te Alkmaar. In hoger beroep heeft [verweerder] zijn eis vermeerderd en aldus gevorderd Topmen alsnog te veroordelen tot betaling van een bedrag van ƒ 12.421,23 netto aan door [verweerder] als onverschuldigd gerestitueerde overhevelingstoeslag, vermeerderd met een bedrag van ƒ 6.210,61 aan wettelijke verhoging en de wettelijke rente over deze bedragen vanaf 1 januari 1995 tot de dag der algehele voldoening.
Bij vonnis van 25 januari 2001 heeft de Rechtbank de vonnissen waarvan beroep vernietigd en, opnieuw rechtdoende, Topmen veroordeeld aan [verweerder] te betalen een bedrag van ƒ 12.421,23, vermeerderd met wettelijke rente over dat bedrag sinds 12 juni 1998 tot aan de dag der algehele voldoening. Het meer of anders gevorderde heeft de Rechtbank afgewezen.
Het vonnis van de Rechtbank is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het vonnis van de Rechtbank heeft Topmen beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt Topmen in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 286,88 aan verschotten en € 1.365,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R. Herrmann als voorzitter en de raadsheren H.A.M. Aaftink, A.G. Pos, O. de Savornin Lohman en A. Hammerstein, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer F.B. Bakels op 14 februari 2003.