ECLI:NL:HR:2003:AF1588
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- A.J.A. van Dorst
- Rechtspraak.nl
Nietigheid aanzeggingen in verzet tegen verstekvonnissen wegens onjuiste betekening
De verdachte werd bij verstek veroordeeld door de Politierechter in twee zaken (A en B) wegens diverse misdrijven en overtredingen. Tegen deze vonnissen werd verzet ingesteld, waarna de Politierechter een nieuwe terechtzitting bepaalde. De verdachte verscheen echter niet. In plaats van het verzet te vervallen te verklaren of het onderzoek te schorsen, verleende de Politierechter verstek en deed opnieuw uitspraak.
De Hoge Raad onderzocht of de aanzeggingen van de terechtzitting op 29 september 2000 rechtsgeldig waren betekend. Uit het onderzoek bleek dat de aanzeggingen niet aan de feitelijke woon- of verblijfplaats van de verdachte waren uitgereikt, terwijl die bekend was. In zaak A was de aanzegging onterecht aan de griffie uitgereikt omdat de woonplaats onbekend werd geacht. In zaak B was de aanzegging aan een derde op een ander adres gegeven, zonder dat de verdachte zelf werd bereikt.
De Hoge Raad oordeelde dat deze aanzeggingen niet voldeden aan art. 588 Sv Pro en daarom nietig waren. Hierdoor kon het verstekvonnis niet in stand blijven. De zaak werd vernietigd en de Politierechter werd opgedragen een nieuwe rechtsdag te bepalen en de verdachte op correcte wijze aan te zeggen, waarna het verzet opnieuw behandeld moet worden.
Uitkomst: Het verstekvonnis wordt vernietigd wegens nietige aanzeggingen; nieuwe rechtsdag moet worden bepaald.