ECLI:NL:HR:2003:AE6414
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwijst belastingzaak over aftrek lijfrentepremies bij overdracht onderneming terug naar hof
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1997 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 271.312, waarbij ook de oudedagsreserve werd vastgesteld. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar het hof vernietigde deze en stelde het belastbaar inkomen en de oudedagsreserve lager vast. De Staatssecretaris stelde daarop cassatie in.
Belanghebbende had in 1998 zijn eenmanszaak ingebracht in een B.V. en daarbij een lijfrente bedongen met een koopsom betaald in 1998. Het hof ging ervan uit dat deze koopsom in 1997 als premie aftrekbaar was, maar de Hoge Raad oordeelde dat de wet dit niet toestaat omdat de overdracht in 1998 plaatsvond en de aftrekruimte wordt bepaald door de oudedagsreserve in dat jaar.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest, behoudens de beslissingen over heffingsrente en griffierecht, en verwees de zaak naar het hof te Amsterdam voor verdere behandeling met inachtneming van deze overwegingen. De Hoge Raad wees ook op het ontbreken van proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de Staatssecretaris wordt gegrond verklaard, het hofarrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof te Amsterdam.