ECLI:NL:HR:2002:AE8881
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en verwijzing wegens onvoldoende motivering bewezenverklaring oplichting en valsheid in geschrift
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin hij werd veroordeeld voor meerdere feiten, waaronder medeplegen van valsheid in geschrift en medeplegen van oplichting. De Hoge Raad beoordeelde onder meer de motivering van de bewezenverklaring van het vierde tenlastegelegde feit, betreffende oplichting door misleiding over beslaglegging op kantoorinventaris.
Het hof had vastgesteld dat verdachte en zijn mededader een persoon hadden bewogen tot het afgeven van een cheque door zich valselijk voor te doen als eigenaar van kantoorinventaris waarop beslag lag en door het verwijderen van deurwaarderseals. De Hoge Raad constateerde dat de gebruikte bewijsmiddelen niet voldoende rechtvaardigen dat verdachte zich als eigenaar voordeed, aangezien de bewijsmiddelen ook aantonen dat de vennootschap eigenaar was en verdachte en mededader namens die vennootschap handelden.
Daarmee ontbrak een deugdelijke motivering voor de bewezenverklaring van het oplichtingsfeit. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest voor zover het dit feit en de strafoplegging betreft en verwees de zaak naar het Gerechtshof Leeuwarden voor hernieuwde berechting. Voor het overige werd het cassatieberoep verworpen. Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 19 november 2002.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor het onderdeel oplichting en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde berechting.