ECLI:NL:HR:2002:AE8730
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- A.R. Leemreis
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1993
Belanghebbende kreeg voor 1993 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 370.956, waarna een navorderingsaanslag volgde met een hoger belastbaar inkomen en een verhoging. Na bezwaar handhaafde de inspecteur de aanslag, maar het hof vernietigde het deel over de verhoging en verleende gedeeltelijke kwijtschelding.
Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het hofarrest. De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had vastgesteld of de belastingconsulent van belanghebbende op de hoogte was van de uitkering, terwijl het hof dit wel als grondslag gebruikte voor het oordeel dat het aan opzet van belanghebbende lag dat te weinig belasting was geheven.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof, verwees de zaak terug naar het hof voor verdere behandeling met inachtneming van het arrest, en veroordeelde de Staat in de proceskosten van het cassatiegeding. Tevens werd het griffierecht aan belanghebbende vergoed.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof over de navorderingsaanslag en verwijst de zaak terug voor verdere behandeling.