ECLI:NL:HR:2002:AE8371
Hoge Raad
- Cassatie
- F.W.G.M. van Brunschot
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep tegen aanslag inkomstenbelasting 1997
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1997 een aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 3.380. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde belanghebbende cassatieberoep in bij de Hoge Raad met meerdere klachten.
Het Hof had geoordeeld dat het aangegeven inkomen geheel bestond uit inkomsten uit dienstbetrekking, die onderworpen zijn aan loonbelasting en premie volksverzekeringen. Daarom vond de invorderingsvrijstelling van artikel 65 van Pro de Wet op de inkomstenbelasting 1964 geen toepassing, ook al was feitelijk geen loonheffing ingehouden vanwege de loonheffingstabel.
De Hoge Raad oordeelde dat deze interpretatie van artikel 65 van Pro de Wet juist was en dat de waarderingen van feitelijke aard door het Hof in cassatie niet konden worden getoetst. De klachten faalden derhalve. De Hoge Raad vond geen aanleiding voor een veroordeling in proceskosten en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting 1997 blijft gehandhaafd.