ECLI:NL:HR:2002:AE7356
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling kennelijk onredelijk ontslag wegens bereiken 65-jarige leeftijd
Eiseres was sinds 1980 in dienst bij verweerster en werkte als assistent-consultant. Verweerster vroeg in januari 1998 een ontslagvergunning aan vanwege het bereiken van de 65-jarige leeftijd, met het oog op doorstroming en vergrijzing. De vergunning werd verleend en het dienstverband werd per 30 september 1998 beëindigd.
Eiseres vorderde schadevergoeding wegens kennelijk onredelijke beëindiging van het dienstverband, stellende dat ontslag louter op leeftijd discriminerend is en dat de gevolgen voor haar te ernstig waren. Zowel de kantonrechter als de rechtbank wezen de vordering af, met verwijzing naar het arrest van de Hoge Raad uit 1995 waarin een redelijke en objectieve rechtvaardiging voor ontslag op 65-jarige leeftijd werd aangenomen.
In cassatie stelde eiseres dat ontwikkelingen na 1995 een andere beoordeling vereisen, onder meer vanwege wetsvoorstellen en Europese richtlijnen. De Hoge Raad oordeelde dat deze ontwikkelingen geen aanleiding geven tot een andere beoordeling en bevestigde dat ontslag op 65-jarige leeftijd objectief gerechtvaardigd blijft, ook indien geen aanvullende pensioenvoorziening bestaat.
Het beroep werd verworpen en eiseres werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie. De Hoge Raad benadrukte dat wijziging van deze rechtsregel aan de politiek is voorbehouden.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt verworpen en het ontslag op grond van het bereiken van de 65-jarige leeftijd wordt bevestigd als objectief gerechtvaardigd.