ECLI:NL:HR:2002:AE7308
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat werkzaamheden binnen consortium economische prestaties zijn voor omzetbelasting
Belanghebbende, een ondernemer in de verkoop van hard- en software en automatiseringsadvies, heeft over het eerste kwartaal van 1997 omzetbelasting betaald over werkzaamheden binnen een consortium van onderwijsinstellingen voor een innovatieproject. De Inspecteur wees het verzoek tot teruggaaf van deze belasting af, waarop belanghebbende beroep instelde bij het Hof. Het Hof vernietigde de afwijzing en kende teruggaaf toe, stellende dat de subsidie onbelast was en de vergoeding aan belanghebbende niet als economische prestatie moest worden gezien.
De Staatssecretaris stelde cassatie in tegen deze uitspraak. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof ten onrechte had geoordeeld dat belanghebbende geen economische activiteiten had verricht. Uit de feiten, waaronder een factuur met urenverantwoording, bleek een rechtstreeks verband tussen de werkzaamheden en de ontvangen vergoeding, wat duidt op economische prestaties. De omstandigheid dat de subsidie via een onderwijsinstelling werd doorbetaald, deed hieraan niet af.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en bevestigde de uitspraak op het bezwaarschrift van de Inspecteur, waarmee de teruggaaf van omzetbelasting werd geweigerd. Er werden geen proceskosten toegewezen. De zaak werd afgedaan zonder verwijzing naar een ander hof.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de werkzaamheden van belanghebbende economische prestaties zijn, waardoor de teruggaaf van omzetbelasting wordt afgewezen.