ECLI:NL:HR:2002:AE5590
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A.J.A. van Dorst
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor onderdeel deelname aan organisatie met oogmerk plegen misdrijven auteursrecht
De verdachte werd door het Hof veroordeeld voor deelname als bestuurder aan een organisatie die tot oogmerk had het plegen van misdrijven, waaronder het in strijd handelen met het auteursrecht en merkinbreuk. Het Hof legde een gevangenisstraf op van vijftien maanden, waarvan vijf maanden voorwaardelijk.
In cassatie klaagde de verdachte dat de bewezenverklaring niet deugdelijk was gemotiveerd, met name dat het oogmerk van de organisatie om misdrijven te plegen zoals bedoeld in artikel 31a van de Auteurswet 1912 niet door bewijsmiddelen werd ondersteund. De Hoge Raad oordeelde dat dit onderdeel van de bewezenverklaring inderdaad niet naar de eis der wet met redenen was omkleed en sprak de verdachte vrij van dit onderdeel.
De Hoge Raad bevestigde echter dat het oogmerk van de organisatie gericht was op het plegen van misdrijven als bedoeld in artikel 337, eerste lid, Wetboek van Strafrecht, namelijk merkinbreuk door het vervaardigen en verspreiden van kleding met het merk 'Australian' en het bijbehorende logo zonder rechten.
De strafoplegging werd door het Hof gemotiveerd met inachtneming van de ernst van het bewezenverklaarde, de duur van de deelname en eerdere veroordelingen van de verdachte. De Hoge Raad vernietigde het arrest slechts voor het onderdeel auteursrechtelijke misdrijven en wees de zaak terug voor hernieuwde berechting op dat punt.
Het arrest werd gewezen door de Hoge Raad op 24 december 2002, waarbij de overige klachten van het middel werden verworpen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het onderdeel deelname aan organisatie met oogmerk plegen misdrijven op grond van de Auteurswet; overige veroordeling blijft in stand.