ECLI:NL:HR:2002:AE5304

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 juli 2002
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
37187
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • E. Korthals Altes
  • L. Monné
  • J.W. van den Berge
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt vermindering aanslag inkomstenbelasting 1998 na beroep

Belanghebbende kreeg voor het jaar 1998 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd op een belastbaar inkomen van ƒ 51.238. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur deze aanslag. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat het beroep gegrond verklaarde, de uitspraak van de Inspecteur vernietigde en de aanslag verminderde tot een belastbaar inkomen van ƒ 36.703.

De Staatssecretaris van Financiën stelde hiertegen beroep in cassatie in bij de Hoge Raad en voerde een middel aan. Belanghebbende diende een verweerschrift in. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden, mede omdat het geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatte.

De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep ongegrond, veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten van € 14 ten gunste van belanghebbende en wees de Staat aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden. Tevens werd een griffierecht van € 327 geheven van de Staat.

Uitkomst: Het cassatieberoep van de Staatssecretaris van Financiën wordt ongegrond verklaard en de aanslagvermindering door het Hof bevestigd.

Uitspraak

Nr. 37.187
12 juli 2002
SE
gewezen op het beroep in cassatie van de Staatssecretaris van Financiën tegen de uitspraak van het Gerechtshof te Amsterdam van 23 maart 2001, nr. P 00/01648, betreffende na te melden aan X te Z opgelegde aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen.
1. Aanslag, bezwaar en geding voor het Hof
Aan belanghebbende is voor het jaar 1998 een aanslag in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 51.238, welke aanslag, na daartegen gemaakt bezwaar, bij uitspraak van de Inspecteur is gehandhaafd.
Belanghebbende is tegen die uitspraak in beroep gekomen bij het Hof.
Het Hof heeft het beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de Inspecteur vernietigd en de aanslag verminderd tot een aanslag naar een belastbaar inkomen van ƒ 36.703.
2. Geding in cassatie
De Staatssecretaris heeft tegen 's Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
Belanghebbende heeft een verweerschrift ingediend.
3. Beoordeling van het middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling (vgl. HR 9 november 2001, nr. 36331, BNB 2002/39).
4. Proceskosten
De Staatssecretaris van Financiën zal worden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie.
5. Beslissing
De Hoge Raad:
verklaart het beroep ongegrond, en
veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het geding in cassatie aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 14, en wijst de Staat aan als de rechtspersoon die deze kosten moet vergoeden.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E. Korthals Altes als voorzitter, en de raadsheren L. Monné en
J.W. van den Berge, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier A.I. Boussak-Leeksma, en in het openbaar uitgesproken op 12 juli 2002.
Van de Staat wordt ter zake van het door de Staatssecretaris van Financiën ingestelde beroep in cassatie een griffierecht geheven van € 327.