ECLI:NL:HR:2002:AE4733
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- J.W. van den Berge
- A.R. Leemreis
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt oordeel Centrale Raad over gezamenlijke huishouding bij herziening bijstandsuitkering
Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente 's-Gravenzande heeft de aan belanghebbende toegekende bijstandsuitkering over de periode juni 1994 tot juli 1996 herzien en verlaagd. Belanghebbende maakte bezwaar tegen deze beslissing, dat werd afgewezen. Na een foutieve verzending van het besluit op bezwaar werd het besluit opnieuw verzonden. Belanghebbende ging in beroep bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde.
Belanghebbende stelde hoger beroep in bij de Centrale Raad van Beroep, die het eerdere vonnis vernietigde en het bezwaarbesluit vernietigde, maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet. Belanghebbende stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelt dat de Centrale Raad terecht heeft vastgesteld dat belanghebbende en een ander een gezamenlijke huishouding voerden zoals bedoeld in artikel 5a van de Algemene bijstandswet. Klachten over het gebruik van onrechtmatig verkregen bewijs leiden niet tot cassatie, omdat dit niet impliceert dat de wet verkeerd is toegepast. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het oordeel van de Centrale Raad bevestigd.