ECLI:NL:HR:2002:AE4156
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep wegens geen overschrijding redelijke termijn in opiumwetzaak
De verdachte werd door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot 21 maanden gevangenisstraf voor opzettelijk handelen in strijd met artikel 2, eerste lid, onder C van de Opiumwet. Het vonnis van de rechtbank Amsterdam werd vernietigd. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.
Een belangrijk punt in cassatie was de vermeende overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM. De Hoge Raad overwoog dat de verdachte niet in de gemeentelijke basisadministratie was ingeschreven en geen woon- of verblijfplaats in Nederland had. Het Openbaar Ministerie had binnen negen maanden na het arrest verzocht om opname van de verdachte in het opsporingsregister.
De Hoge Raad concludeerde dat de vertraging niet aan het Openbaar Ministerie kon worden toegerekend en dat er geen sprake was van een overschrijding van de redelijke termijn. Geen van de middelen kon tot cassatie leiden, en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling tot 21 maanden gevangenisstraf blijft gehandhaafd.