ECLI:NL:HR:2002:AE2119
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- J.B. Fleers
- A.G. Pos
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest over verjaring en cessie in schadevordering na sloopopdracht
De zaak betreft een vordering tot schadevergoeding die is ontstaan bij de uitvoering van een sloopopdracht in 1987. AXA, als rechtsopvolger via cessie, vorderde betaling van een bedrag van ƒ 100.463,-- plus rente van eiseres. De Rechtbank en het Hof behandelden de vraag of de vordering was verjaard en of de verjaring was gestuit door een aanmaningsbrief van 11 juli 1989.
Het Hof oordeelde dat de verjaring was gestuit op grond van art. 3:317 lid 1 BW Pro, omdat de brief van 1989 als aanmaning werd gezien. De Hoge Raad stelt echter dat op grond van art. 120 Overgangswet Pro nieuw BW en het oude art. 2016 BW Pro alleen een betekende aanmaning of dagvaarding stuiting van verjaring kan veroorzaken, en dat uit de stukken niet blijkt dat de brief was betekend.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor verdere behandeling. Tevens veroordeelt de Hoge Raad AXA in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar het Hof Amsterdam.