ECLI:NL:HR:2002:AE2098
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep in ontnemingszaak wegens ontbrekende kennisgeving uitspraakdatum
In deze zaak ging het om een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De betrokkene was in eerste aanleg veroordeeld, waarna hoger beroep werd ingesteld. Het hof verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk omdat het na de wettelijke termijn van veertien dagen was ingesteld.
De betrokkene en zijn raadsman hadden niet tijdig vernomen dat de uitspraak op 6 juni 2000 was gedaan, mede doordat zij niet waren geïnformeerd over de datum van uitspraak na de pro forma zitting op 23 mei 2000. De Hoge Raad oordeelde dat artikel 511e, tweede lid, Wetboek van Strafvordering vereist dat de betrokkene wordt geïnformeerd over de uitspraakdatum, hetzij mondeling, hetzij door betekening.
Omdat het hof niet had vastgesteld dat de betrokkene op andere wijze dan door betekening op de hoogte was gesteld, was de niet-ontvankelijkverklaring onjuist. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug vanwege ontbrekende kennisgeving van de uitspraakdatum waardoor betrokkene onkundig was van de beroepstermijn.