ECLI:NL:HR:2002:AE1540
Hoge Raad
- Cassatie
- C.H.M. Jansen
- J.B. Fleers
- A.G. Pos
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering en verwerpt cassatie in civiele geldvordering
In deze civiele procedure vorderde verweerster betaling van een bedrag van ƒ 64.000,-- plus buitengerechtelijke kosten van eiser. Eiser bestreed deze vordering en stelde een voorwaardelijke reconventie in tot betaling van een bedrag aan verweerster. De rechtbank wees de vordering van verweerster af en compenseerde de proceskosten, waarna verweerster hoger beroep instelde.
Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het de proceskosten betrof en veroordeelde eiser tot betaling van ƒ 39.000,-- plus buitengerechtelijke kosten aan verweerster, met wettelijke rente. Het meer of anders gevorderde werd afgewezen. Eiser stelde vervolgens cassatieberoep in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en wees het beroep af zonder nadere motivering, conform artikel 81 RO Pro. Eiser werd veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding. Hiermee is de uitspraak van het hof definitief en blijft eiser gehouden tot betaling van het door het hof vastgestelde bedrag.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof waarbij eiser tot betaling wordt veroordeeld.