ECLI:NL:HR:2002:AD9946
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- F.H. Koster
- A.J.A. van Dorst
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in hoger beroep
De verdachte werd door het Hof te 's-Gravenhage in hoger beroep veroordeeld voor meerdere feiten, waaronder wapensmokkel en mishandeling, tot een gevangenisstraf van zes maanden. Tijdens het hoger beroep was de verdachte verstek veroordeeld omdat hij wegens een operatie van zijn vrouw in België niet aanwezig kon zijn. Een faxbericht van de raadsman, ontvangen vóór het arrest, meldde dat de verdachte kort voor de zitting in zijn achtertuin was neergeschoten en vroeg om een later moment om zich te verdedigen, maar het hof zag geen reden tot heropening van het onderzoek.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof niet onbegrijpelijk had geoordeeld en geen rechtsregel had miskend door het onderzoek niet te heropenen. Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden doordat het cassatieberoep pas na meer dan twee jaar werd behandeld.
Als gevolg hiervan vernietigde de Hoge Raad het arrest uitsluitend voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en verminderde deze tot vijf maanden en drie weken. Het beroep werd voor het overige verworpen. Hiermee werd een balans gezocht tussen het belang van een tijdige rechtspraak en de rechten van de verdachte.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd tot vijf maanden en drie weken wegens overschrijding van de redelijke termijn.