ECLI:NL:HR:2002:AD7858
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- L. Monné
- J.W. van den Berge
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep in cassatie tegen uitspraak ruilverkavelingsplan
Eiser stelde bezwaar in tegen een strook grond langs een straat in het kader van het ruilverkavelingsplan 'Walcheren'. De Arrondissementsrechtbank te Middelburg verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en verwierp de overige bezwaren van eiser tegen het plan van toedeling.
Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal concludeerde tot niet-ontvankelijkverklaring van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat tegen het vonnis van de rechtbank geen rechtsmiddel openstaat op grond van artikel 202, aanhef en letter f, in verbinding met artikel 186 van Pro de Landinrichtingswet.
Daarnaast voldeed het verzoekschrift niet aan de vereiste dat het door een advocaat bij de Hoge Raad moet worden ondertekend, zoals bepaald in artikel 426a, lid 1, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Daarom werd het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie is niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van rechtsmiddel en advocaatsteken.