ECLI:NL:HR:2002:AD7328
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- A.G. Pos
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in civiele vordering tot betaling
In deze civiele zaak vorderde verweerder betaling van een aanzienlijk bedrag van eiser en DSH Beleggingsmaatschappij bij de rechtbank. De rechtbank wees de vordering af, waarna verweerder hoger beroep instelde bij het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde eiser tot betaling van een deel van het gevorderde bedrag, vermeerderd met wettelijke rente.
Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering achtte de Hoge Raad nadere motivering niet nodig, omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwierp het beroep van eiser en veroordeelde hem in de kosten van het geding in cassatie. Hiermee werd het arrest van het hof bekrachtigd en bleef eiser gehouden tot betaling van het door het hof vastgestelde bedrag aan verweerder.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de betalingsveroordeling van eiser.