ECLI:NL:PHR:2002:AD7328
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder voor niet-nakoming salarisverplichtingen door personeelsvennootschap
De zaak betreft een geschil tussen een voormalig werknemer en de bestuurder van een personeelsvennootschap (APD B.V.) die niet aan haar betalingsverplichtingen jegens de werknemer voldeed. De werknemer was sinds 1995 in dienst en werd in 1996 naar huis gestuurd, waarna hij een procedure startte om toegelaten te worden tot het werk en betaling van achterstallig salaris.
APD B.V. beëindigde haar activiteiten en fungeerde daarna als personeelsvennootschap voor andere groepsmaatschappijen. De bestuurder, tevens aandeelhouder, had feitelijke zeggenschap en bepaalde welke schuldeisers werden betaald. APD werd failliet verklaard in 1998. De werknemer vorderde betaling van de bestuurder en een andere partij, stellende dat zij onrechtmatig hadden gehandeld door het creëren van een situatie waarin APD haar verplichtingen niet kon nakomen.
De rechtbank wees de vorderingen af, maar het hof stelde de bestuurder deels aansprakelijk wegens betalingsonwil en het creëren van een geregisseerde betalingsonmacht. De Hoge Raad bevestigt dat het hof binnen de rechtsstrijd bleef en dat het oordeel over betalingsonwil en aansprakelijkheid niet onbegrijpelijk is. Het cassatieberoep wordt verworpen en de kosten worden aan de eiser opgelegd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de bestuurder wordt aansprakelijk gehouden voor onrechtmatig handelen door betalingsonwil.