ECLI:NL:HR:2002:AD7271
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.C. van Oven
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid gedifferentieerd btw-tarief voor waterlevering
Belanghebbende exploiteert een waterdistributiebedrijf en heeft over februari 1999 een bedrag aan omzetbelasting betaald, waarvan hij teruggaaf heeft verzocht. Dit verzoek werd door de Inspecteur afgewezen en het Hof bevestigde deze beslissing. Belanghebbende stelde dat het per 1 januari 1999 ingevoerde gedifferentieerd tariefsysteem in strijd was met de Eerste en Zesde Europese BTW-richtlijnen, en dat het verlaagde tarief daarom op alle leveringen van water toegepast moest worden.
De Hoge Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen een bepaling van een richtlijn alleen rechtstreekse werking heeft indien deze duidelijk, onvoorwaardelijk en niet afhankelijk van een discretionaire maatregel is. Artikel 12 lid 3 van Pro de Zesde richtlijn geeft lidstaten discretionaire bevoegdheid om verlaagde tarieven toe te passen, waardoor deze bepaling geen rechtstreekse werking heeft.
Hierdoor kan belanghebbende zich niet beroepen op het artikel om het verlaagde tarief op alle waterleveringen af te dwingen. De Hoge Raad concludeerde dat het Hof een juiste beslissing heeft genomen en verklaarde het beroep ongegrond. Tevens werden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het gedifferentieerd btw-tarief bevestigd.